Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie Melding niet meer tonen
the engineers of development
Image

Inventor Werkmethodieken

Ben je ook met een basiscursus Inventor begonnen en daarna gelijk productietekeningen gaan maken? Grote kans dat je gaande weg jou eigen werkmethode hebt ontwikkelt en een naaste collega een totaal andere werkwijze hanteert. Is er een universele methode die jij en je collega’s zouden kunnen gebruiken?

Waarschijnlijk niet. Elke situatie vraagt een andere methode die je vooraf moet bepalen.

Wellicht is het goed om je werkmethode eens te reflecteren met de 3 werkmethoden die Autodesk Inventor voor ogen heeft:

Bottom up Methode 

Inventor_werkmethodieken_afb1.png

Inventor_werkmethodieken_symbool1.pngDe traditionele methode waarbij elk onderdeel afzonderlijk wordt gemodelleerd op part niveau (bottom) en toegevoegd aan samenstelling (up) door middel van constrainen. Een zeer gebruikelijke en snelle methode, die je tijdens de basiscursus ongemerkt hebt geleerd: je begint met een schets, maakt een onderdeel van features, en plaatst deze vervolgens in een assembly. Deze methode maakt geen relaties tussen onderdelen in de samenstelling waardoor bij wijzigingen elk onderdeel afzonderlijk weer aangepast dient te worden.

Middle-out Methode 

Inventor_werkmethodieken_afb2.png

Inventor_werkmethodieken_symbool2.png
Inventor_werkmethodieken_symbool3.png

Project geometry van andere onderdelen. Door een onderdeel op assembly niveau toe te voegen met behulp van de ‘Create’ knop, wordt uitgegaan van de middle-out methode. Deze onderdelen worden standaard adaptive en dat biedt de volgende mogelijkheden:

Project geometry van andere onderdelen.

Underdefined onderdelen wijzigen van afmeting en vorm op assembly niveau.


Inventor_werkmethodieken_afb3.png

Een startende tekenaar die een bottom up methode heeft geleerd en ongemerkt middle-out is gaan toepassen, omdat het handig is geometrie van andere onderdelen in een schets te projecteren, ontwikkelt in de eerste maanden vaak een grote afkeer jegens adaptivity.

Voorbeeld:

Je projecteert een contour van onderdeel A in een nieuw onderdeel B. Later die dag volgt er een wijziging op onderdeel A en plots geeft onderdeel B errors. Je kunt de weg kwijtraken in een wirwar van relaties. Toch kan deze werkmethode erg handig zijn, maar beperk het gebruik om overzicht te bewaren. Ladders, bordessen en pijpleidingen zijn bijvoorbeeld erg handig als adaptive parts die zich aanpassen aan de lay-out.


Top-Down

De voorgaande methoden eisen dat je elk onderdeel afzonderlijk uitwerkt en positioneert, tot je een volledig model hebt. Dit zorgt ervoor dat je in een vroeg stadium moet nadenken over veel details.

In AutoCAD werd er vaak een lay-out getekend, waarbij mechanische onderdelen ruw werden getekend en later op detail werden uitgewerkt. Deze methode van een globaal concept naar gedetailleerd model kan ook in Inventor gerealiseerd worden middels de Top-Down methode.

De top-down methode staat beter bekend als skeletmodelleren. Er zijn 3 varianten:

1. Master Sketch
2. Multi-body modelling
3. Sketch Blocks

Inventor_werkmethodieken_afb4.png

In alle gevallen wordt 1 onderdeel als leidraad gebruikt om alle overige onderdelen en de samenstelling vorm te geven.


Inventor_werkmethodieken_symbool4.png

Mastersketch gebruikt schetslijnen als basis voor alle onderdelen. Elk onderdeel kan met behulp van de “derive” knop de mastersketch als basis binnenhalen.


Inventor_werkmethodieken_symbool5.png

Multi-body modelling gebruikt de solids van een model. Je maakt een model van features, en elke feature dat een uniek onderdeel voorstelt maak je aan als ‘new solid’.


Inventor_werkmethodieken_afb5.png

Vervolgens maak je met één druk op de knop een samenstelling met van elke solid een eigen onderdeel. Het aanmaken van een multi-body model gaat sneller dan met Mastersketch, maar krijgt bij grote samenstellingen ook een grote waslijst aan features en solids.


 


Inventor_werkmethodieken_symbool5.png

Inventor_werkmethodieken_afb6.png

Sketch blocks zijn ideaal voor het uitwerken van mechanismen (translerend/roterend). Deze blokken kunnen met dezelfde ‘make components’ knop direct een samenstelling + alle onderdel n maken die aangestuurd wordt door deze schetsblokken.

Wil je meer weten over een bepaalde werkmethode, heb je vragen of suggesties? Bepaal dus vooraf de beste methode voor jou situatie. Voor een eenmalig project, waar alle gegevens van bekend zijn, volstaat bottom up. Maak je een model dat onderhevig is aan klant/project specifieke maatverschillen of waarvan de maten nog niet helemaal bekend zijn? Dan kan de top-down methode erg veel tijd besparen. De middle-out methode komt het beste tot zijn recht op lay-out tekeningen. Onderdelen tussen 2 modules, waarvan de maat afhankelijk is van de tussenliggende afstand zoals: pijpen, ladders, verbindingsplaatjes, ducts en kabelgoten.

Bronnen:

Knowledge.autodesk.com
Autodesk University

Vragen of suggesties over dit artikel?
Stuur me dan een mail of zoek contact via LinkedIn.  

Arnold van der Veen